Huilen van blijdschap!

  • 20 jul 2018
Huilen van blijdschap!

Uien zijn onmisbaar in de keuken. Omdat ze zo lang goed blijven zijn ze het hele jaar door verkrijgbaar. Als je je eigen uien kweekt en bewaart, dan kun je ze voorgoed van je boodschappenlijstje schrijven. Leer hoe je de juiste uien selecteert om te bewaren, en leer hoe je de juiste omstandigheden creëert om uien te bewaren; zo kun je de smaak en voedingswaarden tot wel tien maanden behouden.

Uien selecteren om te bewaren

  • Bewaar de “late” uien. De uien die je in de lente en zomer oogst zijn niet robuust genoeg om te bewaren. Deze dienen binnen een paar weken gegeten te worden. Probeer uien te bewaren die in de herfst geoogst zijn, omdat deze het de hele winter volhouden.
    • Als je je eigen uien kweekt, bewaar dan de uien die je tijdens de lente plant.
    • Uien die in de nazomer en vroege herfst geoogst zijn, zijn geschikt om lang te bewaren—in de nazomer en vroege herfst valt de bovenkant eraf en droogt die op.
  • Bewaar sterke uien. In tegenstelling tot milde uien bevatten sterke uien zwavelverbindingen. Deze verbindingen zorgen ervoor je ogen gaan tranen als je die uien snijdt, en zorgen er bovendien voor dat je ze beter kunt bewaren. Milde uien hebben deze eigenschap niet, en dienen dus binnen een paar weken na de oogst geconsumeerd te worden. De meeste uiensoorten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn kunnen langdurig bewaard worden, zowel de gele, de witte als de rode ui.

De uien voorbereiden op opslag

  • Droog de uienschillen. Als de uien geoogst zijn dien je ze op een goed geventileerde plek te verspreiden, zodat de schillen hard kunnen worden. Verwijder de bladeren niet. Laat de uien zo’n twee tot vier weken drogen.
    • Droog de uien op een plek waar geen zonlicht en vochtigheid is. Zonlicht kan de smaak van de uien verpesten, en ervoor zorgen dat ze bitter worden. Hang een zeil op in de garage of de schuur. De omgeving zou droog, warm en luchtig moeten zijn.
    • De uien zijn goed gedroogd als hun stelen niet langer groen zijn. De schil van de uien zou rond de stam een beetje verwelkt moeten zijn, en strak om de ui moeten zitten.
  • Trim de uien. Als de stelen volledig gedroogd zijn kun je een scherpe schaar of een mes gebruiken om de wortels van de uien te trimmen.
    • Ontdoe je van de uien waarvan de stelen nog steeds groen zijn, de schillen zijn opengebarsten of die gekneusd zijn.
    • Snijd de bladeren minstens 2,5 cm boven de bol af. Ook kun je ze intact laten en de bladeren samenvlechten.

De opslagruimte klaarmaken

  • Kies een koele, donkere plek om de uien te bewaren. De temperatuur zou er tussen de 4 en 10º Celsius moeten liggen. veel mensen kiezen er daarom voor om de uien in de kelder of de schuur te bewaren. Als de ruimte te warm is, dan zullen de uien gaan spruiten. Als het er te koud is, zullen de uien gaan rotten.
  • Houd de opslagruimte droog. Uien nemen makkelijk vocht op, en de vocht in de lucht kan de uien doen verrotten. De luchtvochtigheidsgraad moet tussen de 65% en 70% blijven.
  • Zorg ervoor dat de plek goed geventileerd wordt. De luchtstroom voorkomt dat de uien gaan schimmelen en rotten.
    • Voor extra goede ventilatie kun je de uien ophangen in een draadkorf, een netje of een panty.
    • Als je voor de panty kiest, leg dan tussen elke ui een knoop. Gebruik de onderste bollen eerst. Knip de knoop aan de onderkant door, zodat de uien daarboven veilig blijven zitten. Je kunt ook tiewraps of touw gebruiken om de uien apart te houden.
  • Probeer de uien in panty’s te bewaren. Jazeker, in panty’s. Doe een ui er aan de bovenkant in, leg een knoop, doe de volgende ui erin, en leg weer een knoop. Doe zoveel mogelijk uien in de panty als erin passen.
    • Als je uien op deze manier bewaart zullen ze goed kunnen blijven ademen. Eventueel vocht op de uien zal weldra verdampen, waardoor je bedektzadigen een langer leven beschoren zijn.

Bewaarde uien gebruiken

  • Gebruik de uien met een dikke nek als eerst. Dit zijn de oudste uien, en zullen minder lang goed blijven dan de jongere, dunnere uien.
  • Controleer de voorraad regelmatig. Neem zo nu en dan even de tijd om je uien te controleren. Gooi de uien weg die zijn gaan rotten.
    • Je kunt de uien die zijn gaan spruiten nog steeds eten. Gooi het groene stuk gewoon weg voor je ze in een recept gebruikt.
    • Als een ui slijmerig of verkleurd is, neem dan geen risico en eet ze niet.
    • Bewaar wat extra bolletjes om in de lente te zaaien.
  • Bewaar gepelde uien in de vriezer. Pel en snijd je uien, leg ze op een platte bakplaat, en vries ze in. Als de uien bevroren zijn kun je ze van de bakplaat halen, en in luchtdichte zakjes of bakjes bewaren. Een van de nadelen hiervan is dat je minder ruimte in de vriezer hebt.
  • Wikkel overgebleven uien in folie, en bewaar ze in de koelkast. Tijdens het koken blijven vaak stukjes ui over. Deze kun je in plastic folie wikkelen, en in de groentela van de koelkast leggen.

Tip: Bewaar uien niet in de buurt van aardappelen. De uien zullen het vocht van de aardappelen absorberen, waardoor ze gaan rotten.